ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5779
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L. van der Beek
- M.A.J.S. de Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Opheffing gemeenschap van goederen wegens weigering man inlichtingen te verschaffen
Partijen zijn in 2002 in gemeenschap van goederen gehuwd en sinds eind 2009 gescheiden. De vrouw verzocht bij de rechtbank Utrecht om opheffing van de gemeenschap van goederen wegens het weigeren van de man om noodzakelijke inlichtingen te verstrekken over lopende gerechtelijke procedures en schulden die de gemeenschap kunnen belasten. De rechtbank wees dit verzoek af.
In hoger beroep stelde de vrouw dat de man onvoldoende openheid van zaken gaf over de procedures met zijn voormalige werkgever Stork, waaronder een loonvordering en een vordering wegens vermeende verduistering. De man erkende dat hij de vrouw niet meer van processtukken voorzag vanwege wantrouwen.
Het hof oordeelde dat de man verplicht was volledige openheid te geven omdat privé-schulden op de gemeenschap kunnen worden verhaald. Door deze informatie niet te verstrekken, handelde hij in strijd met artikel 1:109 BW Pro, wat opheffing van de gemeenschap rechtvaardigt. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en bepaalde dat de opheffing terugwerkt tot 31 maart 2010, de datum van correcte publicatie.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof heft de gemeenschap van goederen op met ingang van 31 maart 2010 wegens het niet verstrekken van noodzakelijke inlichtingen door de man.