ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ6876
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- R. van den Heuvel
- I.A. Katz-Soeterboek
- P.A.H. Lemaire
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden wrakingskamer wegens vermeende partijdigheid
In deze strafzaak heeft de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam een wrakingsverzoek behandeld dat gericht was tegen de samenstelling van de wrakingskamer. Verzoeker stelde dat de wrakingskamer niet onpartijdig kon zijn, omdat de leden van de wrakingskamer uit hetzelfde gerechtshof kwamen en regelmatig samenwerkten met de gewraakte raadsheren, wat zou leiden tot een schijn van partijdigheid en belangenverstrengeling.
De wrakingskamer heeft het verzoek onderzocht aan de hand van het proces-verbaal, de correspondentie en de toelichting van de raadsman van verzoeker, alsmede het standpunt van de advocaat-generaal. De gewraakte raadsheren wensten niet te worden gehoord. De wrakingskamer oordeelde dat het betoog omtrent de samenstelling van de wrakingskamer onvoldoende was om het wettelijk systeem te doorbreken en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren dat de leden van de wrakingskamer niet onpartijdig zouden zijn.
De wrakingskamer verwees naar een eerdere wrakingsbeslissing in een andere strafzaak, waaruit blijkt dat rechters uit hetzelfde college voldoende afstand kunnen nemen en een wrakingsverzoek kunnen toewijzen indien dat op zijn plaats is. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd vastgesteld dat verzoeker ontvankelijk was in zijn wrakingsverzoek, maar dat het verzoek feitelijk ongegrond was.
De beslissing werd op 30 mei 2011 door de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam uitgesproken, waarbij de voorzitter en raadsheren aanwezig waren samen met de griffier.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.