ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8010
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.J. Laurentius-Kooter
- L.M. Croes
- J.J. Makkink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid en kostenveroordeling in effectenleasezaak onder WCAM-overeenkomst
Appellante sloot in 2000 als minderjarige een effectenleaseovereenkomst met Dexia, waarbij zij een geldbedrag leende om effecten te leasen. Na afloop van de looptijd bleef een restschuld bestaan. Appellante stelde de overeenkomst te hebben vernietigd wegens minderjarigheid, maar Dexia accepteerde dit niet. In 2007 werd een WCAM-overeenkomst, de Duisenberg-regeling, verbindend verklaard voor alle gedupeerden, waaronder appellante, die geen opt out-verklaring had ingediend.
Varde Investments, als rechtsopvolger van Dexia, vorderde betaling van de restschuld. De rechtbank wees de vordering toe en veroordeelde appellante tot betaling en proceskosten. Appellante voerde in hoger beroep meerdere grieven aan, waaronder dat zij niet gebonden zou zijn aan de WCAM-overeenkomst wegens onbekendheid met de opt out-regeling en dat zij de effectenleaseovereenkomst had vernietigd.
Het hof oordeelde dat appellante geacht wordt de wet te kennen en dat zij tijdig een opt out-verklaring had moeten indienen om niet gebonden te zijn aan de WCAM-overeenkomst. Omdat zij dit niet deed, is zij aan de regeling gebonden en kan zij zich niet meer beroepen op vernietiging van de effectenleaseovereenkomst. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellante gehouden is tot betaling van de restschuld en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep.