ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1140
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens onvoldoende motivering door inspecteur
Belanghebbende exploiteert een groothandel in automobielen en automobielonderdelen. Tijdens een controle werd een auto aangetroffen die was omgebouwd met een achterbank en tussenschot, waardoor deze volgens de inspecteur als personenauto moest worden aangemerkt en BPM werd nageheven met een boete wegens grove schuld.
De rechtbank vernietigde de boetebeschikking en stelde de naheffingsaanslag bij. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage verklaarde het incidenteel hoger beroep van de inspecteur ongegrond. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Het Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur niet heeft voldaan aan de verplichting om in de kennisgeving van het voornemen en boetebeschikking duidelijk en in bijzonderheden aan te geven welk verwijt wordt gemaakt en in welke mate. De term 'slordigheid/nalatigheid' werd onterecht als 'grove schuld' gepresenteerd, wat misleidend is. Hierdoor is het recht op een eerlijk proces geschonden en is de boete ten onrechte opgelegd.
Het Hof bevestigt de vernietiging van de boete en wijst een kostenvergoeding toe aan belanghebbende. Een verzoek om schadevergoeding wegens waardevermindering van de auto wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van schade.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de boete ten onrechte is opgelegd wegens onvoldoende motivering en schending van het recht op een eerlijk proces.