ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1677
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling partneralimentatie en alimentatieduur na echtscheiding
Partijen zijn gehuwd sinds 1986 en hebben drie kinderen, waarvan één minderjarig. Na echtscheiding stelde de rechtbank partneralimentatie vast op €12.575 per maand. De vrouw ging in hoger beroep en vorderde een hogere alimentatie van ruim €23.000 per maand. De man stelde een lagere bijdrage van €7.500 per maand voor en vroeg tevens verkorting van de alimentatieduur.
Het hof onderzocht de behoefte van de vrouw aan de hand van haar uitgavenpatroon en het gezinsinkomen tijdens het huwelijk. De vrouw heeft geen eigen inkomen behalve algemene heffingskorting en zorgt voor het minderjarige kind. Het hof corrigeerde de behoefte van de vrouw op basis van concrete lasten en redelijke kosten, en stelde de netto behoefte vast op circa €8.812 per maand, wat bruto neerkomt op €16.755 per maand.
De vrouw erkende dat zij weer zou kunnen gaan werken, maar gezien haar leeftijd, werkervaring en zorgtaken achtte het hof het onwaarschijnlijk dat zij binnen afzienbare tijd in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De man voerde geen draagkrachtverweer, zodat het hof aannam dat hij de alimentatie kan betalen.
Daarnaast oordeelde het hof dat het hoger beroep van de vrouw tegen de echtscheidingsbeschikking misbruik van procesrecht was, omdat zij het verzoek introk en daarmee de inschrijving van de echtscheiding onnodig vertraagde. Daarom werd de alimentatieduur verkort met de periode van vertraging.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de alimentatie betrof en bepaalde de alimentatie op €16.755 per maand met verkorte duur, en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie vast op €16.755 per maand en verkort de alimentatieduur vanwege vertraging in inschrijving echtscheiding.