ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1936
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- J.H. Huijzer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding vaststellingsovereenkomst wegens schending concurrentiebeding
In deze zaak staat de ontbinding van een vaststellingsovereenkomst centraal, waarbij appellant wordt verweten het concurrentiebeding te hebben geschonden door betrokkenheid bij productie en verkoop van concurrerende kranen.
Appellant had intellectuele eigendomsrechten van de Alfa innovations kraan overgedragen aan Miscea en ontving daarvoor maandelijkse betalingen. Na verkoop van restvoorraad kranen aan een concurrent en aanwijzingen van betrokkenheid bij die concurrentie, ontbond Miscea de overeenkomst gedeeltelijk en staakte betalingen.
Appellant vorderde nakoming van de betalingsverplichtingen, maar de voorzieningenrechter wees dit af wegens onvoldoende feitenvaststelling. Het hof oordeelt dat er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat appellant zijn verplichtingen heeft geschonden, waardoor de ontbinding gerechtvaardigd is. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel.
Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens schending van het concurrentiebeding.