ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3011
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- A.R. Sturhoofd
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging ondertoezichtstelling wegens onvoldoende bescherming belangen moeder
De zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind door WSJ. De moeder voerde aan dat zij zich in eerste aanleg niet behoorlijk heeft kunnen verweren omdat de rechtbank afzag van behandeling ter zitting, wat strijdig zou zijn met artikel 8 EVRM Pro.
Het hof oordeelde dat het proces in eerste aanleg onvoldoende bescherming bood aan de belangen van de moeder, met name omdat haar verzoek om behandeling ter zitting buiten de termijn werd afgewezen. Dit was in strijd met het recht op eerbiediging van het familieleven zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro. Desondanks wees het hof het verzoek van de moeder om terugverwijzing naar de rechtbank af omdat het hoger beroep ook bedoeld is om omissies te herstellen.
Ten aanzien van de inhoudelijke gronden voor verlenging stelde het hof vast dat de situatie van de minderjarige en de moeder verbeterd was. De moeder volgt basisschoolonderwijs, ontvangt opvoedondersteuning en heeft geen problematiek meer die ernstige bedreiging vormt. De gezinsvoogd bevestigde de positieve ontwikkelingen maar vond begeleiding nog wenselijk. Het hof concludeerde dat de gronden voor verlenging niet langer aanwezig zijn en vernietigde de beschikking, wijzend het verzoek van WSJ af.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt vernietigd en het verzoek van WSJ wordt afgewezen.