ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3411
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verschoningsrecht getuige bij voorlopig getuigenverhoor wegens strafrechtelijk risico
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of een getuige zich terecht beroept op het verschoningsrecht ex artikel 165 lid 3 Rv Pro tijdens een voorlopig getuigenverhoor. Appellanten verzochten het hof om de getuige te bevelen alsnog antwoord te geven op een gestelde vraag.
De getuige beriep zich op het verschoningsrecht vanwege een lopend fiscaal onderzoek door de Nederlandse en Belgische fiscus, waarbij vennootschappen binnen een fiscale structuur aanslagen en boetes van in totaal 36 miljoen euro opgelegd kregen. De getuige vreesde strafrechtelijke vervolging indien hij zou antwoorden.
Het hof oordeelde dat bij de toetsing van het verschoningsrecht terughoudendheid moet worden betracht, maar dat in dit geval niet met voldoende zekerheid kan worden uitgesloten dat de getuige gevaar loopt op strafrechtelijke vervolging. Daarom werd het beroep op het verschoningsrecht bevestigd en het hoger beroep van appellanten afgewezen.
De beslissing van de rechter-commissaris werd bekrachtigd en appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verschoningsrecht van de getuige en wijst het beroep van appellanten af.