ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4066
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning met wateroverlast en waardevermindering
Belanghebbende betwistte de door de gemeente Heemstede vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per 1 januari 2008, oorspronkelijk vastgesteld op €463.000. Zij voerde aan dat wateroverlast en vochtproblemen de waarde drukken, wat onvoldoende was meegenomen in de waardering. Diverse taxatierapporten en verklaringen werden ingebracht, waaronder een rapport van makelaar D dat wateroverlast constateerde en een taxatierapport van makelaar F met een lagere waardering.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat wateroverlast de waarde significant beïnvloedde en verklaarde het beroep ongegrond. Het hof stelde echter vast dat wateroverlast aannemelijk was en dat de gemeente onvoldoende bewijs had geleverd om dit tegen te spreken. Het hof kende een waardedrukkende invloed toe van €20.000, waardoor de WOZ-waarde werd vastgesteld op €443.000.
Daarnaast oordeelde het hof dat de kosten van het door belanghebbende ingebrachte taxatierapport niet redelijk waren omdat het rapport niet relevant was voor het oordeel. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en eerdere uitspraken vernietigd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €443.000 met een waardedrukkende invloed wegens wateroverlast.