ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4732
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.M. Mens
- G.J. Rijken
- I.A. Katz-Soeterboek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling onderhoudsbijdrage na beëindiging studie en inkomen dochter
De zaak betreft een hoger beroep van de dochter tegen een beschikking waarin de onderhoudsbijdrage van haar vader per 6 juli 2009 op nihil werd gesteld. De vader stelde dat de dochter sinds het succesvol afronden van haar studie en het aangaan van werk volledig in haar eigen levensonderhoud kon voorzien. De dochter betwistte dit.
Het hof oordeelde dat een ouder verplicht is een kind tot diens 21e te onderhouden, tenzij het kind voldoende eigen inkomen heeft om in het levensonderhoud te voorzien. Uit de overgelegde loon- en uitkeringsgegevens bleek dat de dochter vanaf 6 juli 2009 een inkomen had dat haar eigen levensonderhoud dekte. De dochter kon niet aannemelijk maken dat haar behoefte hoger was dan het eerder vastgestelde bedrag.
Daarnaast werd meegewogen dat de dochter niet aan haar mededelingsplicht had voldaan en dat zij het LBIO had ingeschakeld om de bijdrage te innen, terwijl zij zelf stelde vanaf 1 augustus 2010 in haar levensonderhoud te voorzien. Het hof oordeelde dat de dochter het teveel betaalde bedrag aan de vader moet terugbetalen.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank Utrecht van 8 december 2010, stelde de proceskosten in hoger beroep ieder voor eigen rekening en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de nihilstelling van de onderhoudsbijdrage van de vader vanaf 6 juli 2009 omdat de dochter sindsdien in haar eigen levensonderhoud kon voorzien.