ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4735
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M. Wigleven
- W.K. van Duren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezagsbeslissing: continuering pleegzorg boven gezag moeder
De moeder, die sinds de geboorte van haar kind minderjarig was en illegaal in Nederland verblijft, verzocht het hof om het gezag over haar minderjarige zoon toe te wijzen. De rechtbank had dit verzoek reeds afgewezen, waarbij werd overwogen dat het belang van het kind bij continuering van de stabiele opvoedsituatie in het pleeggezin zwaarder weegt dan het belang van de moeder.
In hoger beroep betoogde de moeder dat er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd indien zij het gezag krijgt, mede omdat zij een verblijfsvergunning voor gezinshereniging heeft aangevraagd en het kind door haar zou worden opgevoed samen met zijn halfbroertje en halfzusje. Nidos en de pleegouders betwistten dit en stelden dat het kind sinds zijn acht maanden oud is gehecht aan het pleeggezin en dat een nieuwe verandering schadelijk zou zijn.
Het hof oordeelde dat het belang van het kind bij continuering van de stabiele opvoedsituatie in het pleeggezin prevaleert. De moeder heeft onvoldoende inzicht in de negatieve gevolgen voor het kind indien hij uit zijn veilige omgeving wordt gehaald. Ook het verkrijgen van een verblijfsvergunning door de moeder maakt geen verschil voor deze beslissing.
Het hof wees het verzoek van de moeder af en bekrachtigde de bestreden beschikking, waarmee het gezag bij Nidos en de pleegouders blijft. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd geen nader onderzoek te verrichten, wat het hof volgde.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder om het gezag over haar minderjarige zoon toe te wijzen af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.