ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4736
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Bussum
Belanghebbende was eigenaar van een 1-kamerflatwoning te Bussum waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2003 was vastgesteld. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €139.850, die na bezwaar werd verlaagd tot €114.050. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die de waarde verder verlaagde naar €107.000, mede op basis van een inhoudsberekening van circa 141 m³.
De heffingsambtenaar stelde in hoger beroep dat de inhoud van de woning circa 150 m³ bedroeg, gesteund op bouwtekeningen, foto’s en een taxatierapport. Belanghebbende betwistte dit en stelde een lagere waarde voor, onder meer met verwijzing naar vergelijkbare woningen en eigen berekeningen.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog had vastgesteld en dat de inhoudsberekening van circa 150 m³ aannemelijk was. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd dat de bouwtekeningen onjuist waren of dat de woning minder inhoud had. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
De waarde van de woning werd bevestigd op basis van de bouwtekeningen, taxatierapporten en vergelijkingsobjecten, waarbij ook rekening werd gehouden met ligging en staat van onderhoud. Het incidenteel hoger beroep van belanghebbende werd eveneens afgewezen. De uitspraak werd gedaan door de vijfde enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 21 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning bevestigd op circa €114.050.