ECLI:NL:GHAMS:2011:BR5828
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid klacht tegen notaris wegens verjaring en ne bis in idem
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen een notaris wegens vermeende onzorgvuldigheid en het verzwijgen van een Zwitserse nummerrekening in de nalatenschap van haar overleden vader. Zij stelde dat de notaris nalatig was in haar advisering aan de executeur-testamentair en dat zij willens en wetens informatie over de Zwitserse nummerrekening had achtergehouden, met nadelige fiscale gevolgen.
De notaris voerde verweer met onder meer niet-ontvankelijkheid van de klacht op grond van het ne bis in idem-beginsel, omdat soortgelijke klachten al eerder waren behandeld, en verjaring, aangezien de klacht pas jaren na het einde van de advisering was ingediend. Het hof bevestigde dat klaagster al in 2001 op de hoogte was van het bestaan van de Zwitserse nummerrekening en dat de klacht over dit onderdeel ruim na de wettelijke termijn van drie jaar was ingediend.
Daarnaast oordeelde het hof dat de notaris slechts verantwoording verschuldigd is aan haar opdrachtgever, de executeur-testamentair, en niet aan klaagster, waardoor klaagster geen zelfstandig belang had bij de klacht. Het verzoek om een getuige te horen werd afgewezen vanwege het ne bis in idem-beginsel en verjaring.
Het hof bevestigde de beslissing van de kamer van toezicht die klaagster niet-ontvankelijk had verklaard in alle klachtonderdelen. De klacht werd daarmee afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de klacht tegen de notaris wegens verjaring en ne bis in idem.