ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6259
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- F.M.D. Aardema
- H.P. Wooldrik
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs
De verdachte werd verdacht van poging tot moord op het slachtoffer en het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie. De rechtbank veroordeelde hem tot zes jaar gevangenisstraf, terwijl het Openbaar Ministerie negen jaar eiste. Het hof heeft echter geoordeeld dat de bewijsvoering onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen.
Het slachtoffer had aanvankelijk de verdachte als schutter aangewezen, maar kwam later terug op zijn verklaring en noemde een andere persoon als dader. Getuigenverklaringen waren onduidelijk en onvoldoende specifiek, en het politieagent die eerste hulp verleende herkende de verdachte niet als dader. Daarnaast waren geruchten uit het Joegoslavische milieu niet betrouwbaar.
Gezien het ontbreken van voldoende steunbewijs en de ontkenning van de verdachte heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verdachte vrijgesproken van zowel poging tot moord als het bezit van het vuurwapen en munitie. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot moord en wapenbezit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.