ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6401
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.G. Kemmers
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging wijziging voornamen minderjarige kinderen wegens zwaarwichtig belang
In deze zaak staat de wijziging van de voornamen van twee minderjarige kinderen centraal. De moeder verzocht om wijziging van de Islamitische voornamen van de kinderen in Nederlandse voornamen, omdat de kinderen negatieve herinneringen en emotionele problemen ervaren door hun huidige namen. De vader betwistte het bestaan van een zwaarwichtig belang en stelde dat zijn instemming met de naamswijziging onder misbruik van omstandigheden tot stand was gekomen.
Het hof heeft op basis van psychologisch onderzoek en schriftelijke verklaringen van de kinderen vastgesteld dat zij daadwerkelijk hinder ondervinden van hun huidige voornamen en een sterke wens hebben tot wijziging. De kinderen zijn gehoord en bevestigden hun wens. De voorgestelde nieuwe namen zijn passend en niet ongepast.
Het hof oordeelt dat er een voldoende zwaarwichtig belang bestaat voor de naamswijziging en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank die de wijziging gelastte. Het beroep van de vader wordt afgewezen, en zijn stelling over misbruik van omstandigheden behoeft geen verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot wijziging van de voornamen van de minderjarige kinderen wegens hun zwaarwichtig belang.