ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6405
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- G.J. Driessen-Poortvliet
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep tegen vaststelling gewijzigde voorlopige kinderalimentatie
Partijen zijn in 1994 gehuwd en hebben drie kinderen. Het huwelijk is in 2003 ontbonden. De kinderen verblijven bij de vrouw, en de ouders hebben gezamenlijk gezag. In 2003 stelde het gerechtshof een bijdrage van € 20 per kind per maand vast die de man moest betalen.
In een beschikking van november 2010 wijzigde de rechtbank deze bijdrage en stelde deze voorlopig vast op € 91 per kind per maand met ingang van 1 oktober 2009. De vrouw verzocht om verhoging naar € 200 per kind per maand, terwijl de man verzocht had de bijdrage nihil te stellen vanaf 1 januari 2008.
De man kwam in hoger beroep tegen de beschikking van november 2010. Tijdens de zitting in juni 2011 bleek dat de rechtbank op 2 maart 2011 een nadere beschikking had gegeven waarin de voorlopige bijdrage definitief werd vastgesteld, identiek aan de beschikking van november 2010, maar dan definitief. De man had hiertegen geen hoger beroep ingesteld.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep zich beperkte tot de periode 1 oktober 2009 tot 2 maart 2011, maar omdat de bijdrage definitief was vastgesteld en de man geen belang meer had bij het hoger beroep, werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de man wordt verworpen en de voorlopige bijdrage wordt bevestigd als definitief vastgesteld per 1 oktober 2009.