ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6424
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- H.J.M. Boukema
- H.M. de Mol van Otterloo
- Rechtspraak.nl
Geen verkrijging eigendom of erfdienstbaarheid door verjaring van betonplaat naast garage
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant door verjaring eigendom of een erfdienstbaarheid had verkregen van een betonplaat die ligt naast zijn garage, op de fundering van een voormalige woning die op het perceel van geïntimeerden stond.
Appellant voerde aan dat zijn rechtsvoorganger de betonplaat in 1973 had gestort en dat dit, samen met het incidentele gebruik als parkeerruimte, voldoende was voor bezit en daarmee verkrijgende verjaring. Geïntimeerden betwistten dit en stelden dat er geen openbaar, onafgebroken en ondubbelzinnig bezit was, en dat zij hun perceel in volle omvang gebruikten.
Het hof oordeelde dat bezit moet worden beoordeeld aan de hand van de verkeersopvattingen en uiterlijke feiten, waarbij een innerlijke bezitswil zonder uiting geen betekenis heeft. Het hof stelde vast dat appellant noch zijn rechtsvoorganger aan deze criteria had voldaan. Het incidentele gebruik en het storten van de betonplaat leverden geen bewijs op van bezit voor zichzelf, zodat geen verkrijgende verjaring kon worden aangenomen.
De vorderingen van appellant werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank Alkmaar werd bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens ontbreken van bezit en verkrijgende verjaring.