ECLI:NL:GHAMS:2011:BR6793
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- J.P. Kruimel
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde winkelpand op basis van huurwaardekapitalisatie met correctie wegens onverbindendheid artikel 26a Wet WOZ
Belanghebbende is eigenaar van een winkelpand uit 1890 met winkelruimte en drie verdiepingen opslagruimte. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2008 vast op €1.371.000 op basis van een taxatierapport waarin de huurwaardekapitalisatiemethode werd toegepast met een kapitalisatiefactor van 14,3. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €1.083.015 voor.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hoger beroep bij het Hof leidde tot een andere beoordeling. Het Hof oordeelde dat de door de heffingsambtenaar gehanteerde huurwaarde, gebaseerd op vergelijkbare A1-locaties en marktconforme huurprijzen, niet te hoog was. De feitelijke huurprijs uit 1988 was niet representatief voor de waardepeildatum 1 januari 2007.
Daarnaast werd de kapitalisatiefactor van 14,3 als aannemelijk en passend beoordeeld, ondanks de door belanghebbende aangevoerde bezwaren over leegstandsrisico en passantenstroom. De waarde van de voormalige bovenwoning was laag, wat ook werd bevestigd. Gelet op de onverbindendheid van artikel 26a Wet WOZ werd de waarde verminderd tot €1.363.000. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, wees de waarde toe op dit bedrag en veroordeelde de heffingsambtenaar in de proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het winkelpand wordt verminderd tot €1.363.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld in de proceskosten.