ECLI:NL:GHAMS:2011:BT1677
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.V.T. de Bie
- M.J.J. de Bontridder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en zorgregeling minderjarige met internationaal karakter
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Alkmaar die haar niet-ontvankelijk had verklaard in haar verzoek tot echtscheiding, vaststelling hoofdverblijfplaats van de minderjarige en zorgverdeling. De rechtbank vond dat het verzoek niet voldeed aan artikel 815 lid 5 Rv Pro vanwege het ontbreken van een gewaarmerkt afschrift van de geboorteakte en een ouderschapsplan.
Het hof oordeelt dat de vrouw voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het redelijkerwijs niet mogelijk was om de Somalische huwelijksakte en de geboorteakte van de minderjarige te overleggen. De vrouw heeft pogingen gedaan om deze documenten te verkrijgen en de minderjarige is ingeschreven in de Nederlandse gemeentelijke basisadministratie. Het hof acht het bestaan van het huwelijk en het ouderschap voldoende aangetoond.
Verder stelt het hof vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van Brussel IIbis en het Haags Kinderbeschermingsverdrag. De man heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken. Het hof spreekt de echtscheiding uit, bepaalt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw en regelt dat de minderjarige één weekend in de veertien dagen bij de man verblijft, met ophalen en terugbrengen door de man.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep wordt toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart de vrouw ontvankelijk, spreekt de echtscheiding uit en stelt de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van de minderjarige vast.