ECLI:NL:GHAMS:2011:BT5906
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissementsvonnis en niet-ontvankelijkheid verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Utrecht bekrachtigd waarbij appellante in staat van faillissement werd verklaard. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet op de hoogte was gesteld van de mogelijkheid om een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling in te dienen.
Het hof oordeelde dat de bewijsstukken van TNT post onvoldoende zekerheid bieden dat appellante de brief met de termijn voor het indienen van het verzoek daadwerkelijk heeft ontvangen. Desondanks werd vastgesteld dat appellante haar vader had gemachtigd om namens haar op te treden tijdens de faillissementszitting, waarbij ook de wettelijke schuldsaneringsregeling aan de orde kwam.
Het proces-verbaal van de zitting toonde aan dat appellante op de hoogte was van de regeling en de mogelijkheid om een verzoek in te dienen. Daarom kon het achterwege laten van het verzoek niet worden toegerekend aan omstandigheden buiten appellante om. Het hof verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar verzoek tot opheffing van het faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis en verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.