ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6161
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H.W. Koksma
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling vervoerder wegens onvoldoende ruimte voor runderen tijdens transport
De verdachte werd verdacht van het overtreden van artikel 6 van Pro EG-verordening nr. 1/2005 door het vervoeren van 77 runderen die, gelet op hun gewicht, niet over voldoende oppervlakte beschikten. De verdediging voerde aan dat de norm onjuist werd toegepast en dat niet bewezen kon worden dat alle dieren onvoldoende ruimte hadden. Ook werd gesteld dat het welzijn van de dieren niet was geschaad en dat verdachte voldoende instructies had gegeven.
Het hof oordeelde dat de vereiste oppervlakte per dier moet worden bepaald aan de hand van het gewicht en niet de categoriebenaming. De minimumeisen zijn bedoeld om dierenleed te voorkomen en kunnen alleen in het voordeel van de dieren worden aangepast. Het hof verwierp de verweren en achtte wettig bewezen dat verdachte de technische voorschriften niet had nageleefd.
Verder stelde het hof vast dat verdachte als dader kan worden aangemerkt, mede gelet op eerdere veroordelingen en onvoldoende preventieve maatregelen. De redelijke termijn was niet overschreden. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €450.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €450 wegens het niet naleven van technische voorschriften bij het vervoer van 77 runderen.