ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6474
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A. van Haeringen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en voortgezet gebruik woning na echtscheiding
Partijen zijn in 1980 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2010 gescheiden. De vrouw woont in de voormalige echtelijke woning, de man woont deels in Zwitserland en deels in Nederland. De man betwist de hoogte van de alimentatie en het voortgezet gebruik van de woning.
Het hof oordeelt dat de vrouw gedurende zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking de woning mag blijven gebruiken, maar dat deze termijn inmiddels is verstreken. De lasten van de woning worden na ontbinding van het huwelijk gelijkelijk tussen partijen verdeeld, maar bij de draagkrachtberekening van de man worden deze lasten buiten beschouwing gelaten.
De man heeft een netto jaarinkomen van circa €102.509 in 2009 en ontvangt daarnaast uitkeringen uit een nalatenschap. Het hof acht de draagkracht van de man voldoende om een partneralimentatie van €7.900 per maand te betalen. Het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van een premie voor een overlijdensrisicoverzekering wordt afgewezen vanwege het aanzienlijke vermogen dat zij zal ontvangen uit de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat haar behoefte hoger is dan het vastgestelde bedrag. Het hof wijst het hoger beroep van de man op het punt van voortgezet gebruik van de woning af en vernietigt de beschikking voor zover het de alimentatie betreft, waarna het bedrag wordt vastgesteld op €7.900 per maand vanaf 25 mei 2010.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €7.900 per maand vanaf 25 mei 2010, verzoek premie overlijdensrisicoverzekering afgewezen, voortgezet gebruik woning na zes maanden beëindigd.