ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6507
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.W. Koksma
- B.P.J.A.M. van der Pol
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bodemverontreiniging door onbeschermde opslag afvalstoffen en runder mest
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk opslaan van afvalstoffen en runder mest op onbeschermde bodem te Kockengen, wat leidde tot bodemverontreiniging. De verdediging voerde aan dat sprake was van tijdelijke opslag van bouwafval en betwistte de aanwezigheid van runder mest, stellende dat het baggerslib betrof. Het hof oordeelde echter dat wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte ook (runder)mest had opgeslagen zonder de noodzakelijke beschermende maatregelen te nemen.
De verdediging stelde dat het una via-beginsel de vervolging uitsloot vanwege een eerder opgelegde bestuurlijke boete, maar het hof verwierp dit verweer op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad dat dit beginsel in milieurecht niet van toepassing is. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de economische politierechter en deed in hoger beroep opnieuw recht.
Het hof veroordeelde verdachte tot een geldboete van €1.200, waarvan €600 voorwaardelijk, met een vervangende hechtenis bij niet-betaling. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke geldboete gedeeltelijk gelast omdat verdachte zich tijdens de proeftijd aan een strafbaar feit had schuldig gemaakt. De strafoplegging werd passend geacht gezien de ernst van de overtreding en de omstandigheden van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €1.200, waarvan €600 voorwaardelijk, wegens onbeschermde opslag van afvalstoffen en runder mest.