ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6520
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- R. de Groot
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens verkeerde verdachte in vuurwerkzaak
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het bezit van consumentenvuurwerk dat niet voldeed aan wettelijke eisen en het bezit van een grote hoeveelheid vuurwerk buiten een inrichting. Het hof heeft het vonnis van de economische politierechter vernietigd omdat het onderzoek ter terechtzitting niet de overtuiging gaf dat verdachte het ten laste gelegde had begaan.
De kern van de zaak was dat de verdachte die voor het hof stond, de zoon was met dezelfde voornaam als de verdachte die in het proces-verbaal van de opsporingsdienst was aangemerkt en gehoord. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de verdachte voor het hof daadwerkelijk de dader was.
Het hof heeft daarom het vonnis waarvan beroep vernietigd en verklaarde dat het ten laste gelegde niet bewezen was, waarna verdachte werd vrijgesproken. De zaak werd opnieuw aan de rechter voorgelegd, waarbij het hof nadrukkelijk stelde dat de verdachte niet geschaad was in zijn verdediging ondanks correcties in de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan door de economische kamer van het Gerechtshof Amsterdam na terechtzittingen op 15 juni 2010 en 17 mei 2011. De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte werden gehoord tijdens het proces.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en verkeerde identificatie in het proces-verbaal.