ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6534
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens onvoldoende onderbouwing recht en belang
In deze civiele procedure heeft verzoeker, bestuurder van Evereg en betrokken partij in meerdere procedures tegen verweerders, bij het Gerechtshof Amsterdam verzocht om een voorlopig getuigenverhoor ex artikel 186 Rv Pro. Dit verzoek was bedoeld om zijn positie in hoger beroep beter te kunnen beoordelen, met name omtrent de verificatievergadering in het faillissement van Lico Teelt B.V. en de vermeende manipulatie van het proces-verbaal door de curator en rechter-commissaris.
Verzoeker wenste vijf getuigen te horen, waaronder zichzelf en de curator mr. Sweens, en stelde dat de getuigenverklaringen van groot belang waren voor meerdere aanhangige procedures die nauw met elkaar samenhangen. Verweerders verzetten zich gemotiveerd tegen het verzoek.
Het hof oordeelde dat verzoeker onvoldoende duidelijk heeft gemaakt welke vorderingen hij wil onderbouwen, tegen wie deze gericht zijn en welke rechtsgevolgen hij aan zijn stellingen verbindt. Ook tijdens de mondelinge behandeling kon verzoeker geen helderheid verschaffen. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd verzoeker veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van recht en belang.