ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6743
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- I.A. Katz-Soeterboek
- E.B. Knottnerus
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kennelijk onredelijk ontslag bij langdurig dienstverband
De appellant, [A], was sinds lange tijd in dienst bij de Vereniging Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ) en bekleedde onder meer de functie van Hoofd Communicatie en PR. In november 2005 heeft hij zijn functie neergelegd vanwege overbelasting, waarna GGZ hem een andere functie als directiesecretaris aanbood. Toen deze functie geen structureel karakter kreeg, werd een extern loopbaantraject ingezet en werd hij tijdelijk gedetacheerd bij een andere organisatie.
GGZ vroeg en verkreeg een ontslagvergunning van het CWI wegens het ontbreken van een passende functie. Het dienstverband werd opgezegd met een lange opzegtermijn, waarna [A] nog projectwerkzaamheden verrichtte. [A] vorderde in hoger beroep schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat GGZ onvoldoende had gedaan om hem passend werk aan te bieden en dat het ontslag financieel onvoorzien was.
Het hof oordeelt dat GGZ voldoende inspanningen heeft verricht om [A] te herplaatsen en dat er geen passende functie beschikbaar was. Het externe loopbaantraject en de detachering worden als adequaat beschouwd. De lange duur van het dienstverband en het ontbreken van een financiële voorziening leiden niet tot kennelijke onredelijkheid, mede omdat [A] na werkloosheid een nieuwe baan vond met een hoger inkomen. De grieven worden verworpen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag af.