ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6888
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- R. de Groot
- P.H.A.J. Cremers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtreding Meststoffenwet door overschrijding pluimveerechten
Verdachte hield in de jaren 2006, 2007 en 2008 op haar bedrijf meer pluimvee dan waarvoor zij pluimveerechten had. Ondanks dat zij wist dat Dienst Regelingen minder pluimveerechten had toegekend dan nodig was, bleef zij meer pluimvee houden. Verdachte had in 2000 afgezien van een deel van haar varkensrechten met de bedoeling deze om te zetten in pluimveerechten, maar deze rechten werden niet toegekend.
De rechtbank veroordeelde verdachte, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht. Het hof oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij een strafbaar feit pleegde door meer pluimvee te houden dan toegestaan. Het verweer dat een deskundige had voorgehouden dat uiteindelijk voldoende pluimveerechten zouden worden toegekend, werd verworpen.
Het hof legde een onvoorwaardelijke geldboete van €5.000 op, waarbij het voorwaardelijk deel van de boete dat de rechtbank had opgelegd achterwege bleef, omdat verdachte zich bewust toonde van haar onjuiste handelwijze. De straf is passend geacht gelet op de ernst van het feit en de maatschappelijke omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van €5.000 wegens het opzettelijk houden van meer pluimvee dan de toegekende rechten in 2006-2008.