ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7145
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- A.V.T. de Bie
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling kinderen na echtscheiding wegens bedreigde ontwikkeling door ouderlijk conflict
De zaak betreft een hoger beroep van de Raad voor de Kinderbescherming tegen de afwijzing van een verzoek tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen na de echtscheiding van hun ouders.
De rechtbank had eerder een tijdelijke omgangsregeling vastgesteld waarbij één kind geen omgang met de vader had en het andere kind wel, maar zonder steun van de moeder. Hulpverlening werd ingezet maar faalde door de negatieve emoties van de moeder, die het contact tussen de kinderen en de vader ernstig belemmerde.
De Raad stelde dat de voortdurende strijd tussen ouders en het gebrek aan steun voor omgang de geestelijke ontwikkeling van de kinderen bedreigt. Het hof oordeelde dat deze bedreiging reëel is en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende was, waardoor ondertoezichtstelling noodzakelijk is.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking, stelde de kinderen onder toezicht voor de duur van een jaar en wees het verzoek van de moeder tot benoeming van een bijzonder curator af. De gezinsvoogd zal zich onder meer richten op het verbeteren van de omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderen onder toezicht wegens bedreiging van hun ontwikkeling door het conflict tussen ouders na echtscheiding.