ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8649
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Ingelse
- A.M. van Amsterdam
- G.C. Makkink
- J. Klaassen
- G. Izeboud
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Banden Express in uitkoopvordering aandelen BDC Holding
Banden Express Den Haag B.V. vorderde bij de Ondernemingskamer de overdracht van aandelen in BDC Holding B.V. op grond van artikel 2:201a BW, stellende dat zij ten minste 95% van het geplaatste aandelenkapitaal hield. Zij voerde aan dat zij gerechtigd was tot uitkoop van de overige aandelen tegen een vastgestelde prijs.
De Ondernemingskamer onderzocht of Banden Express inderdaad 95% van de aandelen hield en of de vordering was ingesteld tegen alle overige aandeelhouders. Uit de stukken bleek dat er tegen een groot aantal gedaagden verstek was verleend, terwijl een substantieel deel van de aandeelhouders niet was gedagvaard. Daarnaast waren er tegenstrijdigheden in de stukken over het aantal uitgegeven aandelen en het aandeelhouderschap van Banden Express.
De Kamer oordeelde dat de door Banden Express overgelegde stukken onvoldoende zekerheid boden over het aandeelhouderschap en het aantal geplaatste aandelen. Ook was niet duidelijk of de vordering tegen alle andere aandeelhouders was ingesteld, aangezien 32 aandeelhouders niet waren gedagvaard en twee dagvaardingen nietig waren verklaard wegens niet-betekeningen.
Verder ontbraken de benodigde financiële stukken om de prijs van de aandelen vast te stellen. Gelet hierop verklaarde de Ondernemingskamer Banden Express niet-ontvankelijk in haar vordering tot overdracht van aandelen in BDC Holding.
Uitkomst: Banden Express werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot overdracht van aandelen wegens onvoldoende bewijs van het vereiste aandelenbelang en het niet dagvaarden van alle aandeelhouders.