ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3805
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- K. van der Meijde
- H. Harmsen
- T.A. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bodemverontreiniging door lekkende vloeistof
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de economische politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming. Verdachte werd verweten dat hij een lekkend motorvoertuig had geparkeerd, waardoor olie of een olieachtige vloeistof op of in de bodem zou zijn geraakt.
Tijdens de terechtzitting is vastgesteld dat de vloeistof uit de camper van verdachte op het asfalt terecht is gekomen, maar het hof achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat deze vloeistof daadwerkelijk de bodem, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, heeft bereikt. De verklaring van de verbalisant dat de substantie in het asfalt wegzakte, volstond niet om dit aan te nemen.
De advocaat-generaal had gepleit voor veroordeling, stellende dat de vloeistof mogelijk naar de berm kon aflopen, maar het hof oordeelde dat dit niet voldoende is om de tenlastelegging te bewijzen. Gezien het ontbreken van bewijs verklaarde het hof verdachte vrij en vernietigde het eerdere vonnis.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat vloeistof op of in de bodem is geraakt.