ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3840
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- H.J.M. Boukema
- N. van Lingen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldige reden voor non-usus tabaksmerken Hugo Boss vanwege tabaksreclameverbod
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam beoordeeld of Hugo Boss terecht een geldige reden had voor het niet normaal gebruiken van haar in 1987 en 1993 gedeponeerde merken voor tabaksproducten. Dit speelde in het licht van Europese en nationale regelgeving die rechtstreekse en onrechtstreekse tabaksreclame aan banden legt.
Het hof stelde vast dat vanaf het voorjaar 1990 voorzienbaar was dat tabaksreclame, zowel direct als indirect, aan strenge beperkingen zou worden onderworpen. Dit leidde tot een reële dreiging dat het gebruik van de merken voor tabaksproducten ook het toekomstige gebruik voor andere producten zoals kleding en parfums zou belemmeren. Deze dreiging vormde een geldige reden om de merken niet normaal te gebruiken.
Het hof bevestigde dat deze geldige reden ook na de nietigverklaring van de Richtlijn Tabaksreclame in 2000 bleef bestaan vanwege nieuwe Europese en nationale regelgeving die tabaksreclame verder beperkte. Hierdoor zijn de merken niet vervallen en is de vordering van Reemtsma tot verval van de merken afgewezen.
Het vonnis van de rechtbank Den Haag werd vernietigd, de vordering van Reemtsma afgewezen en Reemtsma werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Tevens werd Reemtsma veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde proceskosten aan Hugo Boss.
Uitkomst: De vordering van Reemtsma tot verval van de merken wordt afgewezen vanwege een geldige reden voor non-usus door Hugo Boss.