ECLI:NL:GHAMS:2011:BU4468
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- H. Hartsuiker
- M. Römer
- J. Bevaart
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis
In deze zaak werd de verdachte verdacht van voorbereiding van invoer van een grote partij cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank had op 21 april 2011 besloten de voorlopige hechtenis van de verdachte niet op te heffen, maar wel te schorsen onder voorwaarden. Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
Het hof oordeelde dat de beslissing van de rechtbank een beschikking was en niet ter terechtzitting was gegeven, terwijl volgens artikel 21 lid 1 Sv Pro een beslissing op een verzoek dat ter terechtzitting is gedaan ook ter terechtzitting moet worden gegeven. Omdat het onderzoek ter terechtzitting op 19 april 2011 geschorst was en niet werd voortgezet op 21 april 2011, kon de beslissing niet als ter terechtzitting gegeven worden beschouwd.
Volgens artikel 406 Sv Pro staat hoger beroep tegen een tussentijdse beslissing zoals schorsing van voorlopige hechtenis niet open, tenzij gelijktijdig met het hoger beroep tegen het eindvonnis. Hierdoor is het OM niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof benadrukte dat het feit dat de rechtbank de beslissing ten onrechte als beschikking heeft aangeduid, niet betekent dat het OM inhoudelijk in hoger beroep kan gaan.
De advocaat-generaal werd in raadkamer gehoord en het hof verklaarde het OM niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de schorsing van de voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de schorsing van de voorlopige hechtenis.