ECLI:NL:GHAMS:2011:BU4623
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- H.S.G. Verhoeff
- A.V.T. de Bie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bijdrage kosten verzorging en opvoeding minderjarige na wijziging verblijf
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarig kind dat sinds september 2009 bij de grootmoeder van vaderszijde woont en feitelijk verblijft in een kamertrainingscentrum. De vrouw vordert een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind voor de periode van 1 maart 2009 tot 1 september 2009 en vanaf 1 juni 2010.
Het hof overweegt dat het kind gedurende enkele maanden bij de grootmoeder van moederszijde verbleef, maar dat dit verblijf niet leidde tot een formele wijziging van de hoofdverblijfplaats. De vrouw heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in genoemde periode alle kosten heeft gedragen, inclusief een maandelijkse bijdrage van €200 aan de grootmoeder. De man heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de behoefte aan een bijdrage van €250 per maand is verminderd.
Ten aanzien van de periode vanaf 1 juni 2010 is vastgesteld dat de vrouw een ouderbijdrage van €120,33 per maand aan het LBIO betaalt in verband met jeugdzorg. Het hof oordeelt dat de man op grond van zijn onderhoudsplicht een bijdrage van €60 per maand moet leveren, ook al verblijft het kind niet bij de vrouw. De vrouw is ontvankelijk in haar verzoek en het hof wijst het hoger beroep toe door de eerdere beschikking te vernietigen en de bijdrage van de man vast te stellen.
Uitkomst: De man moet een bijdrage van €250 per maand betalen voor maart-september 2009 en €60 per maand vanaf juni 2010 voor de verzorging en opvoeding van het kind.