ECLI:NL:GHAMS:2011:BU4629
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wijziging partneralimentatie na verwijzing Hoge Raad
Partijen zijn in 1995 gehuwd en zijn medio 2003 feitelijk uit elkaar gegaan. De echtscheiding werd uitgesproken in maart 2004 waarbij de man werd verplicht een partneralimentatie van € 2.700 per maand te betalen. De man verzocht wijziging van deze alimentatie, waarop de rechtbank in 2008 de alimentatie op nihil stelde. Dit werd door het hof ’s Gravenhage in 2009 vernietigd, waarna de Hoge Raad in 2010 het geding terug verwees naar het hof Amsterdam.
In hoger beroep stelde het hof vast dat sprake was van een wijziging van omstandigheden, maar dat de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man zodanig waren dat de alimentatie niet gewijzigd behoefde te worden. Het netto besteedbaar gezinsinkomen werd vastgesteld op € 5.355,- per maand, waarbij de behoefte van de vrouw werd bepaald op 60% hiervan, € 3.213,- per maand. De vrouw beschikte over een aanmerkelijk vermogen, maar het hof vond dat zij dit niet hoefde aan te spreken voor haar woonlasten.
De draagkracht van de man werd berekend op basis van het gemiddelde bedrijfsresultaat over 2007-2009, rekening houdend met zijn gezinssituatie. Het hof stelde de ingangsdatum van de wijziging vast op 1 januari 2008, maar concludeerde dat de alimentatie van € 2.700,- per maand nog steeds aan de wettelijke maatstaven voldeed. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en wees het verzoek tot wijziging af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van partneralimentatie af en bevestigt de alimentatie van € 2.700 per maand.