ECLI:NL:GHAMS:2011:BU4638
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A. van Haeringen
- J.E. Doek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uitkering tot levensonderhoud en draagkracht na echtscheiding
Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking over de uitkering tot levensonderhoud na hun echtscheiding. De vrouw vordert een hogere alimentatie en een langere duur van de verplichting, terwijl de man een lagere uitkering en kortere termijn wenst.
Het hof heeft de draagkracht van de man vastgesteld op basis van zijn fiscaal loon, waarbij geen rekening is gehouden met de fiscale bijtelling van privégebruik van een leaseauto, aangezien dit geen besteedbaar inkomen betreft. Ook zijn woonlasten worden volledig in aanmerking genomen, omdat geen aannemelijk bewijs is dat hij met een partner samenwoont.
De onderhoudskosten voor de meerderjarige kinderen zijn eveneens beoordeeld, waarbij rekening is gehouden met studiekosten en zorgverzekeringspremies. Hoewel de man jegens het oudste kind formeel niet meer onderhoudsplichtig is, acht het hof het redelijk om deze kosten mee te nemen vanwege de voortzetting van de studie.
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de vrouw, haar beperkte verdiencapaciteit en de lange duur van het huwelijk, acht het hof een uitkering van €1.975 per maand passend, zonder beperking van de termijn tot vijf jaar. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep van de vrouw wordt deels toegewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 24 december 2010 een uitkering tot levensonderhoud van €1.975 per maand aan de vrouw betalen.