ECLI:NL:GHAMS:2011:BU8168
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- W.J. van den Bergh
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verrekening huwelijkse voorwaarden en kosten huishouding na echtscheiding
Partijen zijn in 1979 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2009 gescheiden. Het geschil betreft de verrekening van opgespaard inkomen en kosten van de huishouding volgens de huwelijkse voorwaarden.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een deel van de beschikking van de rechtbank Amsterdam, met name over de peildatum voor verrekening en de hoogte van de bedragen die verrekend moesten worden. De man stelde incidenteel hoger beroep in met verzoeken om inzage in pensioen- en belastinggegevens.
Het hof stelde de peildatum vast op 31 december 2004, oordeelde dat het totale aanwezige vermogen vermoedelijk gevormd is uit hetgeen verrekend had moeten worden, en veroordeelde de man tot betaling van €53.610,50 aan de vrouw. Daarnaast werd bepaald dat de vrouw recht heeft op de helft van het gezamenlijk vermogen per peildatum minus ontvangen bedragen. Verzoeken van de vrouw omtrent kosten van huishouding en inzage in vermogen werden grotendeels afgewezen, terwijl het verzoek van de man om pensioeninformatie werd toegewezen.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afhandeling met inachtneming van de uitspraak van het hof.
Uitkomst: Het hof bepaalt de peildatum op 31 december 2004, veroordeelt de man tot betaling van €53.610,50 aan de vrouw en wijst overige verzoeken grotendeels af.