ECLI:NL:GHAMS:2011:BV8647
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.P. van Achterberg
- E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring vernietigingsbevoegdheid leaseovereenkomst tussen echtgenoten
In deze zaak is in hoger beroep de vraag aan de orde gesteld of de bevoegdheid van [appellante] tot vernietiging van een effectenleaseovereenkomst, gesloten door haar echtgenoot zonder haar schriftelijke toestemming, was verjaard. De leaseovereenkomst was aangegaan met een rechtsvoorganger van Dexia en betrof een looptijd van 36 maanden, verlengd met nog eens 36 maanden. [Appellante] stelde dat zij niet bekend was met de overeenkomst totdat haar echtgenoot haar hierover informeerde in 2001 en vorderde vernietiging en terugbetaling van betaalde bedragen.
De kantonrechter had de vordering afgewezen wegens verjaring. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenoot van wie toestemming vereist is, daadwerkelijk bekend is geworden met het bestaan van de overeenkomst. Dexia voerde aan dat [appellante] bekend was met de overeenkomst, onder meer op grond van een handschriftvergelijking en bankafschriften van een gezamenlijke rekening.
[Appellante] betwistte dat haar handschrift op het aanvraagformulier staat en bood aan dit te bewijzen door middel van een deskundigenonderzoek. Het hof besloot tot benoeming van een schriftkundige om dit te onderzoeken en houdt verdere beslissing aan totdat het onderzoek is afgerond. De zaak is verwezen naar de rol voor nadere processtukken van Dexia.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en benoemt een deskundige voor onderzoek naar het handschrift om te bepalen of de bevoegdheid tot vernietiging is verjaard.