ECLI:NL:GHAMS:2011:BW1443
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S. Clement
- R.P.P. Hoekstra
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid
Op 5 juli 2011 diende verdachte [V] een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter en leden van de meervoudige kamer voor strafzaken van het Gerechtshof Amsterdam. Dit verzoek volgde op een incident tijdens de zitting waarbij de voorzitter een opmerking maakte over een compositietekening die volgens hem sprekend leek op verdachte [V].
De voorzitter had tijdens de zitting eerst gezegd dat hij een tekening van verdachte [V] voor zich had liggen, later herformuleerd onder instigatie van de jongste raadsheer, en vervolgens als eigen waarneming van het hof aangegeven dat de compositietekening sprekend leek op [V]. Dit leidde tot de vrees bij [V] dat de voorzitter reeds een oordeel had gevormd, wat de schijn van partijdigheid wekte.
Het hof oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en dat de vrees van vooringenomenheid jegens de voorzitter objectief gerechtvaardigd was. De voorzitter had niet ondubbelzinnig verklaard dat zijn woorden een verspreking waren, en de herformuleringen en mededelingen konden door verzoeker niet als zodanig worden opgevat. De wraking tegen de voorzitter werd daarom toegewezen.
Ten aanzien van de overige raadsheren werd geen schending van onpartijdigheid vastgesteld, omdat de uitlatingen uitsluitend door de voorzitter waren gedaan en niet aan hen konden worden toegeschreven. Het verzoek tegen hen werd afgewezen.
De beschikking werd uitgesproken op 30 augustus 2011 door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid, het verzoek tegen de overige raadsheren wordt afgewezen.