ECLI:NL:GHAMS:2011:BW4759
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- W.J. van den Bergh
- M.J.J. de Bontridder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onderbewindstelling wegens alcoholgerelateerde cognitieve stoornissen
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking waarbij appellant onder bewind werd gesteld over zijn goederen vanwege vermoedelijke geestelijke stoornissen en verminderde beslisvaardigheid.
Uit een medisch rapport van prof. dr. C. Jonker blijkt dat appellant alcoholgerelateerde cognitieve stoornissen heeft, met name geheugenproblemen en verhoogde interferentiegevoeligheid, die zijn beslisvaardigheid beïnvloeden. Echter, zolang hij zijn zakelijke activiteiten beperkt tot vertrouwde terreinen, zijn er geen directe problemen te verwachten. Appellant houdt zich aan behandeling voor zijn drankprobleem en is zich bewust van zijn beperkingen.
De rechtbank had het verzoek tot ondercuratelestelling afgewezen maar wel bewind ingesteld. Appellant betoogde dat de wettelijke grond voor onderbewindstelling ontbreekt, omdat hij zijn belangen nog behoorlijk kan behartigen en zijn drankprobleem achter zich heeft gelaten. De dochters van appellant stelden dat een beschermingsmaatregel noodzakelijk is vanwege onverstandige investeringen en een verleden van alcoholmisbruik.
Het hof oordeelt dat de risico's van onverstandige investeringen binnen het ondernemersrisico vallen en dat de verklaringen van advocaat en accountant onvoldoende zijn om aan te nemen dat appellant zijn vermogensrechtelijke belangen niet behoorlijk kan waarnemen. Gezien de positieve bedrijfsresultaten en het medisch rapport vernietigt het hof de beschikking en heft het bewind op.
Uitkomst: Het hof vernietigt de onderbewindstelling en heft het bewind op wegens onvoldoende bewijs van ontoereikende belangenbehartiging.