ECLI:NL:GHAMS:2011:BW8914
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- R.G. Kemmers
- C.E. Buitendijk
- Rechtspraak.nl
Beperking partneralimentatie na langdurige verplichting en beoordeling redelijkheid en billijkheid
Partijen zijn in 1965 gehuwd en in 1990 gescheiden, met twee kinderen uit het huwelijk. De man is verplicht tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw sinds 1989, aanvankelijk €567 en later verhoogd tot €1.134 per maand. De man verzocht beëindiging van de alimentatie per 1 januari 2009, stellende dat partijen overeenstemming hadden over beëindiging bij het bereiken van 65 jaar door de vrouw.
Het hof oordeelt dat geen sprake is van wilsovereenstemming over beëindiging van de onderhoudsplicht bij 65 jaar. De vrouw heeft slechts een eenzijdige mededeling gedaan gebaseerd op een onjuiste veronderstelling. De alimentatieverplichting heeft de wettelijke termijn van vijftien jaar overschreden, waardoor beoordeling op grond van redelijkheid en billijkheid noodzakelijk is.
Gelet op de leeftijd van de vrouw, de traditionele rolverdeling tijdens het huwelijk, haar beperkte opleiding en werkervaring, en het feit dat zij geen recht heeft op een deel van het ouderdomspensioen van de man, acht het hof beëindiging van de alimentatie per 1 januari 2009 onredelijk. De vrouw zou immers een ingrijpende inkomensachteruitgang van €177 netto per maand ondervinden. Daarom wordt de alimentatie niet beëindigd, maar vastgesteld op €550 bruto per maand van 1 oktober 2010 tot 23 december 2018, met mogelijkheid tot verlenging.
Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de man af.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt beperkt tot €550 bruto per maand van 1 oktober 2010 tot 23 december 2018 met mogelijkheid tot verlenging.