ECLI:NL:GHAMS:2011:BW8921
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A. van Haeringen
- W.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap wegens bedrog over identiteit biologische vader bij in-vitrofertilisatie
De man is gehuwd geweest met de moeder van twee kinderen, [kind B] en [kind C], geboren na een in-vitrofertilisatie behandeling in het buitenland. Vaststaat dat de man niet de biologische vader is. De moeder heeft de man steeds voorgespiegeld dat de zwangerschap tot stand kwam via een anonieme zaaddonor, terwijl een vriend van de moeder, [X], als zaaddonor heeft gefungeerd en ook medische documenten op zijn naam heeft ondertekend.
Het hof heeft de medische behandelovereenkomsten en een notariële verklaring van [X] bestudeerd, waaruit blijkt dat [X] de behandeling namens het echtpaar heeft geregeld en de documenten heeft ondertekend. De moeder heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij onwetend was over de identiteit van de zaaddonor. Daarmee is sprake van bedrog in de zin van artikel 1:200 lid 4 BW Pro.
De rechtbank had het verzoek van de man tot ontkenning van het vaderschap afgewezen, maar het hof vernietigt deze beschikking en verklaart de ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap gegrond. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof verklaart de ontkenning van het door huwelijk ontstane vaderschap gegrond wegens bedrog door de moeder over de identiteit van de biologische vader.