ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5606
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot doodslag
Op 20 september 2008 stak de verdachte het slachtoffer met een mes in de buik. Verdachte voerde aan dat hij handelde uit noodweer of noodweerexces omdat het slachtoffer als eerste met een mes aanviel. Het hof acht aannemelijk dat het slachtoffer de eerste was die zijn mes trok en bedreigende steken maakte.
De verdediging stelde dat verdachte zich niet anders kon verdedigen dan door te steken, gezien de dreiging en korte opeenvolging van handelingen. De advocaat-generaal verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces, stellende dat verdachte de dreiging had kunnen afwenden zonder te steken.
Het hof oordeelt echter dat verdachte door een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door de aanval van het slachtoffer, de grenzen van noodzakelijke verdediging heeft overschreden. Hierdoor wordt het beroep op noodweer verworpen maar het beroep op noodweerexces geaccepteerd. Daarom wordt verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde poging tot doodslag. De zaak werd behandeld door de derde meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam en het arrest werd uitgesproken op 21 april 2011.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweerexces bij poging tot doodslag.