ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5723
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J.G.B. Heutink
- J.A.M. de Wit
- J.G.W. Willems-Morsink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet en jeugddetentie
De verdachte heeft op 4 juni 2009 in Amsterdam met een vleesvork meerdere steken toegebracht aan het slachtoffer in de nek, long en hartstreek. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer fatale verwondingen zou oplopen, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet.
Het bewijs bestond uit camerabeelden, getuigenverklaringen, DNA-sporen op kleding van verdachte en slachtoffer, en overeenkomsten in kleding en telefoons. De verdachte ontkende, maar het hof verwierp dit verweer op grond van de overtuigende bewijslast.
Deskundigen rapporteerden een stoornis in impulsbeheersing en een gebrekkige persoonlijkheidsontwikkeling bij de verdachte, die verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht. Het hof legde een jeugddetentie van 24 maanden op, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een gedragsbeïnvloedende maatregel van 12 maanden met begeleiding en toezicht.
De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd gedeeltelijk toegewezen: €150 materiële en €6.500 immateriële schade. Tevens werd een betalingsverplichting aan de Staat opgelegd met een dwangsom in geval van niet-betaling. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht op basis van deze bevindingen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 24 maanden jeugddetentie waarvan 3 maanden voorwaardelijk en een gedragsbeïnvloedende maatregel van 12 maanden wegens poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet.