ECLI:NL:GHAMS:2011:BX6295

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
23-003740-10
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 27 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep vonnis poging tot doodslag met straf en schadevergoeding

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 13 september 2011 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2010 bevestigd in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot doodslag.

Tijdens de terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep zijn de standpunten van de verdachte, zijn raadsvrouw en de advocaat-generaal gehoord. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling van drugsgebruik.

Daarnaast werd een schadevergoeding toegewezen aan de benadeelde partij van in totaal €1.071,-, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 mei 2010. Het hof sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het vonnis zonder wijzigingen.

Uitkomst: Bevestiging van 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en toekenning schadevergoeding van €1.071,- aan benadeelde partij.

Uitspraak

parketnummer: 23-003740-10
datum uitspraak: 13 september 2011
TEGENSPRAAK
ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-650755-10 tegen
[ verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [woonadres],
thans gedetineerd in P.I.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 12 augustus 2010 en op de terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, te weten ten aanzien van het primair tenlastegelegde een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich voor zijn drugsgebruik moet laten behandelen bij GGZ Inforsa en aansluitend voor verdere behandeling naar De Waag dient te gaan om zich te laten behandelen zolang de behandelaars dit nodig achten en dat de verdachte zich gedurende de gehele proeftijd houdt aan de aanwijzingen die de Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daarnaast toewijzing van de benadeelde partij [benadeelde partij] tot een bedrag van € 1.071,-, bestaande uit € 321,- geleden materiële schade en € 750,- geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade (20 mei 2010) tot aan de dag van de algehele voldoening, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.
Ten aanzien van de gevoerde verweren verwijst het hof naar hetgeen de rechtbank op dit punt in haar vonnis onder 4.3 heeft overwogen en neemt dit over.
Aan dit arrest wordt een kopie gehecht van het bevestigde vonnis.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de twaalfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. T.A.C. van Hartingsveldt en mr. M.M.H.P. Houben, in tegenwoordigheid van N. de Visser, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 september 2011.