ECLI:NL:GHAMS:2011:BX6560
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht curator bij borgtochtovereenkomst en oneigenlijke dwaling
In deze civiele zaak staat de borgtochtovereenkomst tussen een particuliere borg en een curator centraal. De curator vordert betaling van een bedrag wegens niet-nakoming van de schuld waarvoor de borg staat. De borg stelt zich op het standpunt dat sprake is van oneigenlijke dwaling en dat zij niet voldoende is voorgelicht over de risico’s verbonden aan de borgtocht.
Het hof stelt vast dat de curator in beginsel alleen een beroep kan doen op gerechtvaardigd vertrouwen indien de borg is voorgelicht over de risico’s of zich daarvan bewust was. De borg heeft betwist dat zij op de hoogte was van deze risico’s en dat de curator haar hierover heeft geïnformeerd. Daarom wordt de borg toegelaten om tegenbewijs te leveren.
Het hof bekrachtigt voorts de veroordeling van de echtgenoot tot betaling op grond van de vaststellingsovereenkomst. De procedure wordt aangehouden totdat het bewijs over de voorlichting aan de borg is geleverd. Het hof wijst tevens de oproep tot vrijwaring af wegens het belang van een vlotte hoofdprocedure.
Uitkomst: Het hof laat de borg toe tegenbewijs te leveren over haar bewustzijn van de risico’s en de voorlichting door de curator; verdere beslissing wordt aangehouden.