ECLI:NL:GHAMS:2011:BX7923
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A. Goslings
- G.J. Visser
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en regime vreemdelingenbewaring in Nederlandse huizen van bewaring
In deze zaak stond centraal de vraag of de wijze waarop de Staat de vreemdelingenbewaring ex artikel 59 Vreemdelingenwet Pro uitvoert onrechtmatig is. VAJN stelde dat de bewaring onrechtmatig is vanwege de duur, de omstandigheden en het regime, terwijl de Staat dit betwistte. De voorzieningenrechter wees de meeste vorderingen af, behalve die over de maximale duur van bewaring in politiecel, die werd beperkt tot 120 uur.
Het hof bevestigde dat internationale rapporten zoals die van het CPT en Amnesty International geen directe rechtskracht hebben en dat de beleidsvrijheid van de Staat bij de uitvoering van vreemdelingenbewaring gerespecteerd moet worden. Ook stelde het hof vast dat de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en de Penitentiaire maatregel (Pm) van toepassing zijn op vreemdelingenbewaring, en dat het regime van beperkte gemeenschap passend is voor deze groep.
Verder oordeelde het hof dat het verschil in regime tussen vreemdelingen in huizen van bewaring en strafrechtelijk gedetineerden in gevangenissen gerechtvaardigd is vanwege het verschillende doel van detentie. Klachten over de verblijfsomstandigheden, duur van bewaring en het onderscheid tussen verschillende detentiecentra werden afgewezen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde VAJN in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de grieven van VAJN af.