Uitspraak
mr. N. van Kuppeveldte Nijmegen,
mr. D.M.S. Griblingte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Beoordeling
grief 7behandelen. Met deze grief komt [appellant] op tegen het oordeel van de rechtbank dat [appellant] heeft nagelaten toe te lichten waarom de gang van zaken rond de aanvraag van zijn faillissement zou leiden tot onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] jegens hem. Het hof komt tot hetzelfde oordeel, nu [appellant] dit ook in hoger beroep niet heeft toegelicht. Met zijn toelichting in alinea 62 memorie van grieven stelt [appellant] weliswaar dat hij niet verkeerde in een toestand te zijn opgehouden met het betalen van zijn schulden, maar een onrechtmatige gedraging van [geïntimeerde] kan het hof in die toelichting niet lezen.
grieven 1 tot en met 6betoogt [appellant], vanuit verschillende invalshoeken, dat [geïntimeerde] zijn taak als curator heeft veronachtzaamd, door er niet naar te hebben gestreefd een zo hoog mogelijke opbrengst van de onroerende zaak voor de boedel te realiseren. [appellant] onderbouwt dit verwijt met de volgende stellingen. De onroerende zaak had een veel hogere waarde dan de prijs van € 275.000,- waarvoor [geïntimeerde] die heeft verkocht. [geïntimeerde] heeft niet onderhandeld om een maximale koopprijs te behalen, zulks terwijl [appellant] potentiële kopers had aangedragen die bereid waren om minimaal € 376.000,- te betalen. Er was een bod gedaan van € 410,000,-. De onroerende zaak werd te huur aangeboden voor € 36.000,- per jaar, waaruit een reële waarde volgt van 10 keer dat bedrag, derhalve € 360.000,-. De WOZ waarde bedroeg ten tijde van de verkoop € 579.000,-, waarbij alle relevante omstandigheden in aanmerking waren genomen. Anders dan [geïntimeerde] potentiële kopers had voorgehouden, was de verontreiniging van de grond van geen betekenis. In het verkennend bodemonderzoek werd geadviseerd om nader onderzoek te doen naar de omvang van de verontreiniging, maar dat onderzoek heeft [geïntimeerde] nooit laten doen. Anders dan [geïntimeerde] heeft bericht, had naast de onroerende zaak ook nooit een tankstation gestaan. [geïntimeerde] heeft geen onderzoek gedaan naar de waarde van de onroerende zaak, geen taxatierapport laten opstellen en geen makelaar ingeschakeld. [geïntimeerde] heeft de onroerende zaak ook nooit bezocht. Deze stellingen heeft [geïntimeerde] niet gemotiveerd betwist, aldus steeds [appellant]. Het hof zal deze grieven gezamenlijk behandelen.