ECLI:NL:GHAMS:2012:BV2144
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H. de Bock
- J. Wortel
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Belastingadviseur aansprakelijk voor schade door onvoldoende waarschuwing bij ruisende inbreng onderneming
In deze zaak staat de beroepsaansprakelijkheid van een belastingadviseur centraal die de aangifte inkomstenbelasting 2000 van een cliënt verzorgde. De cliënt had zijn onderneming ingebracht in een besloten vennootschap (BV) op basis van een geruisloze inbreng volgens artikel 18 oud Pro IB 1964. De belastingdienst stelde echter aanvullende eisen, waaronder een accountantsverklaring, die niet tijdig werd verstrekt.
De belastingadviseur heeft volgens het hof onvoldoende gewaarschuwd voor de gevolgen van het ontbreken van deze verklaring en heeft de bezwaartermijn tegen de aanslag laten verlopen. Hierdoor werd de cliënt afhankelijk van de welwillendheid van de inspecteur voor ambtshalve herziening van de aanslag. De rechtbank had de adviseur reeds aansprakelijk gesteld voor de schade, en het hof bekrachtigde dit vonnis.
Het hof oordeelde dat de belastingadviseur niet heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur, omdat zij naliet de cliënt duidelijk te informeren over het belang van de accountantsverklaring en de gevolgen van het niet tijdig aanleveren hiervan. Ook na het verstrijken van de bezwaartermijn bleef zij in gebreke. De schade werd vastgesteld op € 32.385,56, exclusief rente en proceskosten.
De grieven van de belastingadviseur werden verworpen, onder meer omdat zij onvoldoende had onderbouwd waarom het ontbreken van de accountantsverklaring niet tot afwijzing van het verzoek zou hebben geleid. Het hof legde de proceskosten van het hoger beroep aan de belastingadviseur op.
Uitkomst: Belastingadviseur is aansprakelijk en moet € 32.385,56 schadevergoeding en proceskosten betalen wegens tekortschieten in advisering over ruisende inbreng.