ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.P. van Achterberg
- E.M. Polak
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Effectenleaseovereenkomst vernietigd wegens onvoldoende kennis echtgenote binnen drie jaar
In deze zaak stond centraal of de echtgenote van appellant meer dan drie jaar voor de vernietiging van een effectenleaseovereenkomst bekend was met het bestaan van die overeenkomst. Dexia stelde dat dit het geval was, waardoor de vernietiging niet tijdig was. Het hof oordeelde echter dat appellant en zijn echtgenote geslaagd zijn in het leveren van tegenbewijs. Zij verklaarden dat de bankrekening waarvan de betalingen aan Dexia werden geïncasseerd zonder medewerking van de echtgenote was geopend, hetgeen werd bevestigd door overgelegde documenten.
De echtgenote was pas in januari 2003 geïnformeerd over de effectenlease, waarna zij de overeenkomst bij brief van 1 maart 2003 vernietigde. Dexia faalde erin te bewijzen dat zij eerder bekend was. Het hof veroordeelde Dexia tot terugbetaling van €5.931,91, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 september 2005, de datum waarop Dexia in verzuim was gesteld.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de effectenleaseovereenkomst betrof en bekrachtigde het voor het overige. Dexia werd veroordeeld in de kosten van het principaal en incidenteel beroep. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 21 februari 2012.
Uitkomst: Het hof vernietigt de effectenleaseovereenkomst en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van €5.931,91 met wettelijke rente vanaf 12 september 2005.