ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- A.E. Harteveld
- J.H.C. van Ginhoven
- A.W.M. Elders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis ondanks uitzetting verdachte en voortzetting strafzaak buiten aanwezigheid
Verdachte is door de politierechter veroordeeld en stelde hoger beroep in. Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat verdachte was uitgezet naar zijn land van herkomst zonder dat het openbaar ministerie hiervan op de hoogte was gesteld of bezwaar kon maken. De raadsvrouw van verdachte voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het aanwezigheidsrecht, gebaseerd op artikel 6 EVRM Pro en de Vreemdelingencirculaire.
Het hof oordeelt dat het aanwezigheidsrecht van verdachte niet absoluut is en moet worden afgewogen tegen het algemeen belang, waaronder een redelijke termijn voor de afdoening van de zaak. Het openbaar ministerie heeft voldoende inspanningen verricht om de aanwezigheid van verdachte mogelijk te maken, maar verdachte heeft geen contact gezocht met autoriteiten of zijn raadsman om zijn aanwezigheid alsnog te realiseren.
Gelet op deze omstandigheden kan de strafzaak ook buiten de aanwezigheid van verdachte worden voortgezet. Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter en wijst het verweer van niet-ontvankelijkheid af. De uitzetting is niet te wijten aan nalatigheid van het openbaar ministerie en de belangenafweging rechtvaardigt voortzetting van de procedure zonder verdachte.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter en wijst het verweer van niet-ontvankelijkheid af ondanks de uitzetting van verdachte.